verhalen

Voor de Voorjaarsbrief van het Schrijverscontact 2026 schreef ik het volgende verhaal over mijn boekenkast.

 Meer informatie over het Schrijverscontact: https://schrijverscontact.nl/

Mijn boekenkast 

Fiet van Beek nodigde mij uit om jullie een kijkje in mijn boekenkast te gunnen.

Toen ik dat las dacht ik: o jee er valt niet zoveel over te melden, want ik lees al jaren geen boeken van papier omdat ik door mijn spierziekte geen bladzijden meer kan omslaan. Natuurlijk zijn er e-books, maar dat haalt het niet bij het lezen van papieren edities. Bovendien hebben andere activiteiten voor mij een grotere prioriteit dan lezen.

Toch is mijn boekenkast goed gevuld. Niet met boeken uit mijn kinder- en tienerjaren. We hadden thuis nauwelijks boeken. Mijn ouders hadden geen tijd om te lezen met een melkwinkel, een melkwijk, vier gehandicapte kinderen en kostgangers in de vijftiger jaren waarin er geen voorzieningen waren.

Er was een boekenplankje met bijbels in NBG- en Statenvertaling. Ik herinner me een ander boek op de plank: De liefde van de man gaat door de maag. Misschien dat ik daarom veel later, toen ik een elektrische rolstoel had waarmee ik zelfstandig een bibliotheek kon binnenkomen, veel kookboeken leende die ik las alsof het romannetjes waren.

Het boek dat we elk jaar met kerst van de zondagsschool kregen was iets om naar uit te kijken. Ook de logeerpartijen in mijn tienertijd bij een tante die vrijwilligster was bij een bibliotheek. Als bakvis zwom ik heerlijk door de letters van de meisjesboeken van Cissy van Marxveld en Leni Saris.

Op de middelbare school lazen we boeken voor ons eindexamen, die we natuurlijk leenden uit de schoolbibliotheek. Bekende boeken als: Erik of het kleine insectenboek van Godfried Bomans, Camera obscura geschreven door Hildebrand, de trein der traagheid door Johan Daisne, boeken van Willem Elsschot zoals Lijmen en Het been. Mijn keuze voor het eindexamen viel op het boek Stiefmoeder aarde van Theun de Vries. Een leraar Nederlands bracht mij de liefde voor poëzie bij. Van een boekenbon, gekregen voor mijn eindexamen HBS-A in 1970 kocht ik mijn eerste gedichtenbundel: Gekozen van Inge Lievaart.

Daarna gingen studieboeken mijn boekenplank bevolken.

Pas in 1972 kwam de eerste elektrische rolstoel ons huis binnen, die ik met mijn zus deelde. Wat een rijkdom! Ik was dus twintig toen ik voor het eerst zelfstandig naar buiten kon, maar de meeste winkels en ook de bibliotheek waren ontoegankelijk.

Met Dirk kwamen er in 1980 boeken in huis. Dozen boeken waren het enige dat hij meenam als hij ging verhuizen. Hij enthousiasmeerde mij om te gaan lezen.

Nu 50 jaar later staan er overal in huis boekenplanken met boeken van mij; niet alleen in de woon- en studeerkamer, maar ook in de keuken en in de slaapkamer. Om met de laatste ruimte te beginnen: een deel van een boekenkast is gevuld met allerlei boeken over Wassenaar waar ik mijn hele leven woon. In de rest van de kast staan multi multomappen met onze dagboeken. Vanaf 1989 schrijven Dirk en ik wat wij meemaken, lezen of wat we dan ook maar de moeite waard vinden om op te schrijven. Beurtelings schrijven we twee dagen.

In andere kast staan boeken over uilen, die ons huis kwamen binnenvliegen. Bijzonder is ook onze verzameling van de 52-delige uilenreeks, een literaire boekenreeks van de in 1934 opgerichte uitgeverij Bigot & Van Rossum. Toen Dirk uit die reeks het eerste boek, deel 26, op de kop had getikt, las ik de beginregels ademloos: Er was eens een klein kreupel meisje. Nooit had ze geweten wat het zeggen wil, te kunnen lopen en springen als andere kinderen. De moeder schreide over haar en de vader streek haar over haar hoofdje met zjn grove hand en mompelde: mijn arm, arm kindje! Buitenstaanders schudden het hoofd en zeiden, dat het toch wel erg was voor arme ouders zo'n ongelukkig kind te hebben, dat zoveel moeite en zorg gaf. 't Was hun enigst kind, dat had toch wel gezond en krachtig mogen zijn! Maar het kreupele meisje groeide op en het scheen wel of ze allen beschamen wilde, die hadden gemeend dat ze altijd een zielig stumpertje zou blijven…

In de slaapkamer staat ook het veelomvattende oeuvre van Inge Lievaart met wie ik een aantal jaren persoonlijk contact had. Hans Werkman vroeg mij een levensbericht over haar te schrijven voor de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde en dat deed ik in 2013-2014. Door deze publicatie verscheen vorig jaar een complimenteus artikel van Marcel Barnard die haar de 'grande dame van de Nederlandstalige haiku' noemde. We hadden alles verzameld wat er over haar te vinden was in kranten en tijdschriften en al die mappen staan zusterlijk naast elkaar op een boekenplank in de studeerkamer naast klappers met informatie die we verzamelden over de gezusters Ida en Truus Gerhardt. Over Ida Gerhardt schreven Dirk en ik een deelbiografie en over Truus Gerhardt een volledige biografie. Die boeken staan keurig op de bovenste plank in onze huiskamer, naast alle dichtbundels, en andere biografieën en artikelen die ik in de loop der jaren publiceerde.

Op de plank daaronder hebben alle dichtbundels van beide zusters Gerhardt hun plaats gevonden. Als ik naar die omslagen kijk dan hoor ik bijna het carillon klinken. Ik voelde me thuis in de poëzie van Ida Gerhardt en haar vaste versvormen waren een inspiratiebron om sonnetten te gaan schrijven. Dirk en ik stroopten stad en land af om alle eerste drukken van haar bundels te verzamelen: we bezochten boekenmarkten in Deventer enzovoort. Een antiquarisch boekhandelaar noemde mij 'mevrouw Gerhardt'. Het leven van deze dichteres fascineerde mij steeds meer, nieuwsgierig geworden door regels als: 'ik heb dit donkere boek geschreven, want God heeft het mij opgelegd'. Ik kocht boeken die anderen over haar en haar werk schreven. Die staan nu keurig naast de kostbare eerste drukken: beduimelde boeken van Marie van der Zeijde, met wie zij een groot deel van haar leven samenwoonde. Ook nieuwere boeken die over haar werk geschreven zijn vanuit andere invalshoeken: Mieke Koenen als classica, de monnik Frans Berkelmans en de neerlandica Anneke Reitsma. Dirk en ik besloten de ontbrekende biografie te schrijven. Ik noemde al de boekenkast vol dossiermappen in de studeerkamer met artikelen die wij vergaarden in archieven in het hele land. We kregen zelfs toegang tot haar literaire nalatenschap in het Stadsarchief in Zutphen. Wij kochten alle boeken die over haar verschenen en een serie publicaties van het Ida Gerhardtgenootschap. Ook talloze verzamelbundels waarin een of meerdere gedichten van 'the grand old lady van de Nederlandse poëzie' staan afgedrukt. Het is dus veel Ida Gerhardt dat de klok slaat op mijn boekenplank.

Door contact met de zoon van haar zus Truus, kregen wij het verzoek om een biografie over Truus te schrijven. Daartoe kochten wij de nodige biografieën over mensen met wie Truus te maken had, zoals bv. Martinus Nijhoff en Sidney van den Bergh.

Veel andere dichtbundels van dichters die ik in de loop der jaren heb leren kennen sieren deze planken ook, zoals dichters als Frans Terken, Joke Schrijvers, Wilco van der Kamp; een groep dichters uit de regio met wie ik tien keer per jaar samenkom om gedichten te bespreken. Wij leerden elkaar kennen vanuit een cursus poëzieschrijven bij Elly de Waard en Ilja Pfeiffer. Daarnaast staan mooie bundels van bijna alle dichters van het Schrijverscontact.

Het zijn dus poëtische klanken in mijn boekenkast in de huiskamer. Praktisch voor mij omdat dan iemand een bundel voor mij kan openleggen, zodat ik rustig de gedichten van die pagina's tot me kan nemen.

Bij mijn boekenkast moet ik zeker 'de boekenkast' in mijn computer noemen. Daarin natuurlijk alle biografieën en levensverhalen. Ik heb nog niet genoemd het ontroerende levensverhaal dat wij schreven over de illustratrice en dichter Riet Raaphorst. Zij zat net als Anne Frank gevangen in een achterkamer, maar wel om een andere reden.

Ook heb ik een hele digitale boekenkast met boeken over dichters die wij opgenomen hebben in de Wassenaarse Poëzieroute, die inmiddels 11 jaar bestaat. Te denken valt aan Boudewijn Büch, Jan Paul Bresser, Fetze Pijlman, Anthonie Donker Jan Schulte Nordholt enzovoort.

Verder staat op de digitale boekenplank een soort bibliotheek over de flora om na te slaan voor een boek van een botanisch kunstenares, waarbij ik gedichten schreef. Dat boek kwam in 1922 uit.

Omdat ik de afgelopen twee jaar bezig ben geweest om tanka's te schrijven bij de psalmen heb ik ook naar veel podcasts geluisterd in plaats van daar allerlei boeken over op te slaan. Aanvankelijk leek me niets maar het was handig en ik hoorde bruikbare zienswijzen over de psalmen. Het resultaat is binnenkort in een papieren uitgave te lezen, een boek dat een plaatsje krijgt op de bovenste plank van de boekenkast in onze huiskamer. Jullie horen daar ongetwijfeld nog meer over!

Ongetwijfeld zullen er nog bundels komen op de planken in de fysieke boekenkast, maar geen boeken om te lezen. Die ruimte gun ik Dirk. Voor hem weer een reden om boeken te kopen.




Maak een gratis website.